Spring naar content
LADEN

Graven

Begraven in de kerk

Het gebruik om doden te begraven in de kerk is al in de vroege middeleeuwen ontstaan. Het werd gedaan in een poging om de lichamen van heiligen en hooggeplaatste personen veilig te stellen in tijden van oorlog en plunderingen. De doden werden bij voorgravenkeur dicht bij het altaar of het koor begraven. Men zou zo dichter bij de Heer zijn. De verkoop van graven was overigens een lucratieve bezigheid voor de kerk.

Was het begraven in de kerk van oorsprong een privilege voor de geestelijkheid en hooggeplaatsten, vanaf de 14e eeuw werd het algemeen gebruik. Het was overigens wel aan bepaalde regels gebonden. Het kopen van een graf was een kostbare aangelegenheid, die niet voor iedereen was weggelegd. Voor minder gesitueerden en armen was een grote gemeenschappelijke kelder beschikbaar, ook wel meugveel of slokop genaamd. De allerarmsten werden buiten de kerk onder 'de heg' of op de bolwerken van de stad aan de aarde toevertrouwd.

Omdat de ruimte in de grafkelders in de kerken niet onbeperkt was, moest worden gezocht naar andere oplossingen om de toestroom van doden te verwerken. Besloten werd om de graven - zonder al te veel piëteit overigens - al na een paar jaar te schudden. De beenderen werden verzameld, gezeefd om ze van zand te ontdoen en - vaak met de resten van meerdere doden tegelijk - bijgezet in een zogenaamd schudkistje. Als gevolg hiervan zijn in de Pieterskerk nauwelijks onverstoorde begravingen van vóór 1600 aan te treffen.

De laatste begrafenis in de Pieterskerk vond in 1825 plaats, daarna hield men zich aan het Koninklijk Besluit van 1827 waarin het begraven in kerken werd verboden. In 1869 werd de begrafeniswet ingevoerd. Hiermee werd het begraven in kerken definitief onwettig. Vanaf dat moment werden op grote schaal begraafplaatsen buiten de stad aangelegd.  

De graven in de Pieterskerk
Tijdens de restauratie van de Pieterskerk tussen 1978 en 1982 zijn 205 begravingen onderzocht en gedocumenteerd. In totaal zijn daartoe 40 grafkelders uitgegraven. Aan de skeletten van 101 volwassenen kon onder meer onderzoek worden verricht in het kader van de kennisvergaring over de verandering van de lichaamslengte door de eeuwen heen.

Na de inventarisatie en documentatie zijn de grafzerken weer op hun oorspronkelijke plaats teruggelegd.

De grafzerken en de monumenten in de kerk zijn te bezichtigen tijdens de openstellingstijden van de Pieterskerk. In de kiosk van de kerk kunt u het boekje 'Graven in de Pieterskerk' aanschaffen.

Beroemde doden
In de Pieterskerk zijn door de eeuwen heen tal van beroemde vaderlanders begraven. Zo vonden onder meer Ludolf van Keulen (schermmeester en wiskundige, bekend om zijn berekening van het getal pi in 35 decimalen), Jan Steen (de bekende zeventiende eeuwse schilder) en Herman Boerhaave (beroemd Leids medicus en hoogleraar uit de achttiende eeuw) er hun laatste rustplaats. Voor hen en een aantal andere belangrijke figuren uit de vaderlandse geschiedenis zijn nog steeds monumenten aanwezig in de Pieterskerk.

Een met name voor Amerikanen belangrijk monument bevindt zich in de doopkapel van de kerk: een gedenkplaat voor de leider van de pilgrims John Robinson. Robinson woonde tegenover de Pieterskerk en werd in 1625 in de kerk begraven.

Voor informatie over Johanna van der Does zie: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/JohannaDoes

Meer weten? Het boekje 'Graven in de Pieterskerk' is verkrijgbaar in de kiosk van de Pieterskerk.