De Leidse mummie
Tijdens restauratiewerkzaamheden in 1979 vonden arbeiders bij het openen van de houten vloer in het middenschip nabij de preekstoel een gemummificeerd stoffelijk overschot, liggend in houtkrullen en met een kussen onder het hoofd. Aanvankelijk
deed het gerucht de ronde dat het de resten waren van de medicus Herman Boerhaave. De grafkelder van de familie Boerhaave bevindt zich echter in het zuidelijke transept. Toch vormde de opwinding rond deze vondst de aanleiding om het grafonderzoek tijdens de laatste restauratie van 1977-1982 een belangrijke plaats te geven.
Het lichaam is op natuurlijke wijze gemummificeerd. Dat was het gevolg van snelle uitdroging, waarschijnlijk veroorzaakt door tocht. De herkomst van de mummie is met mysterie omgeven: sinds 1825 vonden er namelijk geen begravingen in de kerk meer plaats, maar de houten vloer waaronder hij is gevonden dateert van 1860.
De mummie is het stoffelijk overschot van een man van ongeveer 50 jaar. Aan de slijtage van zijn ondergebit is te zien dat hij een pijproker was.